Mulders Wijnkopers vertegenwoordigt producenten uit klassieke en nieuwe wijnlanden, elk met hun eigen vertaling van omgeving, condities en technieken.
Relatiegeschenken:
U wilt uw zakenrelatie of uw medewerkers een bijzonder geschenk aanbieden, wij kunnen u volop mogelijkheden en combinaties aanbieden geheel op maat.
Argentinië is met ruim 200.000 hectare wijngaard verreweg de grootste wijnproducent van Zuid-Amerika. Het is ook een land dat, in navolging van het buurland Chili, al enige tijd kwalitatief sterk in opkomst is.
Wijnbouw werd er in de 16e eeuw geïntroduceerd door de Spaanse veroveraars. Zij plantten er de criolla grande, een kwalitatief uiterst matige druif die verwant is met de país in Chili en de mission in Mexico en Californië. De grote doorbraak kwam eind 19e eeuw, toen veel kolonisten uit Italië en het Baskenland naar Argentinië trokken. Zij brachten tal van interessante druivenrassen mee naar hun nieuwe vaderland.
Een andere positieve factor was de economische bloei die het land rond de eeuwwisseling beleefde. De politieke en economische malaise waaronder Argentinië een groot deel van de 20e eeuw te lijden had, zorgde er echter voor dat de wijnbouw tot voor kort bijna volledig gericht was op volume en nauwelijks op kwaliteit. De teruglopende consumptie in eigen land heeft producenten evenwel gedwongen zich meer op export toe te gaan leggen en de kwaliteit van hun wijnen te verbeteren. In combinatie met grote buitenlandse investeringen en kennis heeft dit voor een ware revolutie gezorgd. Nieuwe aangeplante wijngaarden en tal van hypermoderne bodega's produceren nu wijn van grote klasse.
Argentinië beschikt over een uitstekend potentieel voor goede wijnen. De wijngaarden liggen vooral in het westen van het land, aan de voet van het Andesgebergte. Het klimaat is daar zeer geschikt voor wijnbouw: droog en zonnig. Ziektes vormen daarom geen groot probleem. Smeltwater uit de Andes zorgt voor een probleemloze irrigatie. In combinatie met vrij rijke bodems leidt dit tot een tamelijk hoge opbrengst.
Belangrijker voor de productie van kwaliteitswijnen is de omstandigheid dat heel wat wijngaarden zich op grote hoogte bevinden, tot ruim 1000 meter boven zeeniveau. Daardoor worden extreme hoge temperaturen vermeden, terwijl de nachten koel zijn. Dit komt de ontwikkeling van aroma’s en zuren zeer ten goede. Wel heeft men regelmatig af te rekenen met hagel. Sommige wijngaarden worden daartoe beschermd met speciale netten.
Verreweg het belangrijkste Argentijnse herkomstgebied is Mendoza, met de gelijknamige provinciehoofdstad in de rol van Argentinië’s onbetwiste wijncentrum. Binnen Mendoza is het district Luján de Cuyo een koploper op het gebied van kwaliteit.
Andere belangrijke Argentijnse wijnbouwgebieden, allen niet zo ver gelegen van Mendoza, zijn respectievelijk San Juan (het op een na grootste), La Rioja (het oudste) en Salta (het hoogste).
Ook in Patagonië, ten zuiden van Mendoza wordt sinds kort succesvol wijnbouw bedreven. Dat gebeurt in koele regio’s als Neuquén en Río Grande.
Argentinië kent voor een niet-Europees wijnland een verrassend gevarieerde aanplant, zeker wanneer je een directe vergelijking met buurland Chili maakt. Rassen voor rode wijn vormen het meest geleed, met als meest karakteristieke de malbec. Hoewel van Franse afkomst is die druif nu te beschouwen als de ‘nationale’ Argentijnse druif. Hij geeft karaktervolle wijnen die soms verrassend goed kunnen rijpen.
Een andere specialiteit is de van origine Piemontese bonarda. Verder kom je ook de Spaanse tempranillo tegen, de ‘wereldburgers’ cabernet sauvignon en merlot, syrah en ook wat pinot noir.
Argentinië’s visitekaartje bij de witte druivensoorten is de aromatische torrontés, waarvan de wijn wel wat aan (droge) muskaat doet denken. Van de overige variëteiten zijn o.a. chardonnay, sauvignon, sémillon en viognier te noemen.
Australië heeft zich geschaard in de rij van toonaangevende wijnproducerende landen. Weinig andere landen hebben hun export de afgelopen jaren zo explosief zien groeien als datzelfde Australië. En al even weinig landen hebben zo’n spectaculaire uitbreiding van hun wijngaarden gezien als Australië. Zoals bijna overal in de Nieuwe Wereld is de opkomst van recente datum.
Australië kent al ruim anderhalve eeuw wijnbouw van enige importantie. Nog tot ver na de Tweede Wereldoorlog bestond de productie hoofdzakelijk uit alcoholische en/of zoete wijnen. Niet dat het land aan enige vindingrijkheid ontbrak, met zo veel immigranten uit Europese wijnlanden als Italië en Duitsland. Alleen had maar een klein deel daarvan enig finessegevoel. De stijl van de Australische wijnen is inmiddels radicaal gewijzigd. Trefwoord is nu fruit, of liever fruit driven.
Het beeld van Australië in Europa is een beetje vertekend, omdat een paar grote bedrijven de exportmarkt domineren. Van de wijnen die de inmiddels ruim 1000 individuele producenten op de markt brengen, krijgt het buitenland maar een fractie te zien.
Wat alle Australische producenten gemeen hebben, is dat ze de beschikking hebben over perfect gerijpt fruit, ook in de relatief koele regio’s, en dat hun technisch kunnen sinds twintig, vijfentwintig jaar op een zeer hoog peil staat. Zo zeer zelfs dat tal van Australiërs in tal van landen als een soort ontwikkelingswerkers aan de slag zijn gegaan, tot in Frankrijk aan toe. Ze worden flying winemakers genoemd, een term die nu vast onderdeel van het internationale wijnjargon is. Je komt in Australië vrijwel nooit een slechte wijn tegen.
Australische wijnmakers zijn meesters in de kunst van het assembleren, maar de tijd dat bij wijze van spreken alles wat los en vast zat gemengd werd tot merkwijn zonder specifieke herkomst, is voorbij. “Terroir” - lees: specifieke herkomst - is nu het gevleugelde woord, en variatie heeft de voorkeur gekregen boven uniformiteit.
Het grootste deel van Australië is te warm en te droog voor wijnbouw. Die is daarom geconcentreerd in het zuidoosten van het land, waar het klimaat het meest gematigd is. Toch is irrigatie meestal wel nodig. Gebieden die dicht bij zee liggen, profiteren van de verkoelende invloed die daar van uitgaat.
Australië is een uiterst groot continent dat de afzonderlijke productiegebieden ver uit elkaar liggen. Het is daarom onmogelijk om te generaliseren over klimaat- en bodemsamenstellingen te spreken.
Het leeuwendeel van de Australische wijn is afkomstig uit drie provincies: New South Wales, Victoria en South Australia. Alle drie samen vallen ze onder de noemer South Eastern Australia, dat de stad Adelaide als nationaal wijncentrum heeft.
Kwalitatief goede individuele herkomstgebieden zijn o.a.: Barossa Valley, Eden Valley, Clare Valley, Adelaide Hills, McLaren Vale, Padthaway en Coonawarra - bekend om zijn rode rassen boven in South Australia, Yarra Valley en Mornington Peninsula in Victoria, en Hunter Valley in New South Wales. In opkomst is het eiland Tasmanië, het schoolvoorbeeld van koel klimaat op zijn Australisch.
Een verhaal apart, letterlijk én figuurlijk, is Western Australia in de omgeving van Perth, enkele duizenden kilometers verwijderd van het zuidoosten. De naam om hier naar uit te kijken is Margaret River.
Australië produceert hoofdzakelijk varietal-wijnen, met de naam van de druif prominent op het etiket. Daarnaast zijn er de nodige blends van twee druivensoorten. Australië’s eigen druif is de shiraz. Hoewel de shiraz geenszins identiek is aan de syrah, is het moeilijk om overeenkomsten met syrahwijnen van de Rhône te ontkennen. Australië’s shiraz heeft een eigen karakter, met de nadruk op fruit.
Behalve shiraz heeft Australië ook veel cabernet sauvignon. En ook hier geldt dat de topwijnen over een enorme kracht en diepgang beschikken. Typisch Australisch, met het rode fruit, is trouwens de neiging om een deel van de wijn op eikenhout te laten rijpen.
Een andere interessante Australische wijn is Pinot noir. In een deel van de wijngaarden is die druif bekend staat zo dat misschien niet evenveel. Australië kent echter diverse streken waar het helemaal niet zo warm is en waar de temperatuur verschillen aardig aan die van een Bourgogne doen denken. En dat is precies waar deze druif het nodig heeft.
Bij de witte druiven neemt chardonnay een prominente plaats in. Ook opvallend: de Australische Chardonnay kan flink wat tropisch zijn. Heftig, om zo te zeggen. De trend wijst nu echter naar strakkere wijnen met meer zuren en mineralen, minder alcohol en beter geïntegreerd hout.
Binnen de witte aanplant vinden nieuwe namen een toenemende plaats: viognier (zonder accent op de e) en riesling. Van beide worden zowel droge als edelzoete wijnen gemaakt, vaak van verrassend mooie kwaliteit en met een verrassend rijpingspotentieel. Sauvignon blanc was tot kort in Australië maar marginaal, maar het land is daar drastisch verandering in aan het gebeuren. Een specialiteit met een lange lokale traditie zijn likeurachtige dessertwijnen van muskaatdruiven.
Chili is niet het grootste wijnland van Zuid-Amerika – dat is buurland Argentinië – maar het is wel toonaangevend geweest in kwaliteit en marketing. Het heeft in ieder geval het schoolvoorbeeld geleverd van een succesvolle aanpak door een ‘nieuw’ wijnland dat zijn productie heeft afgestemd op de behoeften van de buitenlandse markt. Dat gebeurde eind jaren 70, begin jaren 80 en werd mede ingegeven door een dalende consumptie in eigen land.
Een echt ‘nieuw’ land is Chili eigenlijk helemaal niet. Al in de 16e eeuw plantten de Spanjaarden er de eerste wijnstokken. Eind 19e eeuw exporteerde Chili zelfs op vrij grote schaal wijn naar het door phylloxera zwaar getroffen Europa. De stijl van de wijn was in hoge mate geïnspireerd door Bordeaux. Rood dus, en gemaakt van druiven als cabernet sauvignon en de sinds kort weer herontdekte carmenère. Het succes was alleen van korte duur en het grootste deel van de 20e eeuw produceerde Chili ruwe, oxidatieve wijnen voor de weinig kritische thuismarkt. Het enorme kwaliteitspotentieel werd nauwelijks benut, maar dat is inmiddels wel anders. Chili beleeft een stormachtige tweede jeugd!
Chili is een smal maar zeer langgerekt land dat ingeklemd ligt tussen het Andesgebergte in het oosten en het kustgebergte en de Stille Oceaan in het westen. Daartussen liggen tal van valleien die hun naam lenen aan wijngebieden. Veel van die namen beginnen met het Spaanse Valle of eindigen met het Engelse Valley.
De condities voor wijnbouw zijn in Chili uitzonderlijk gunstig. Een sterk punt is het gezonde, droge klimaat met zijn vele zonlicht. Dit is niet alleen bevorderlijk voor de stofwisseling in de planten, het zorgt er ook voor dat plantenziektes nauwelijks voorkomen. Ook de beruchte phylloxera, de druifluis die in Europa bijna alle wijngaarden verwoestte, heeft hier nog nooit enige schade aangericht. Druivenplanten hoeven daarom niet geënt te worden op onderstokken. De droogte vormt geen enkel probleem, aangezien er smeltwater uit de Andes in overvloed is om irrigatie toe te passen.
De Chileense wijngaarden zijn hoofdzakelijk aangelegd in de vlakke delen van oost-west lopende rivierdalen op vrij rijke bodems. Door al deze factoren bij elkaar groeien de planten uitbundig. In toenemende mate worden nu ook wijngaarden op hellingen aangeplant. Lastiger te exploiteren, maar wel een belangrijke factor voor het produceren van betere wijnen.
De Chileense wijngebieden liggen verspreid over honderden kilometers. De eerste die ontwikkeld werden liggen in het midden van het land, ten zuiden van de hoofdstad Santiago. Ze maken deel uit van de grote Valle Central (Central Valley) tussen het kustgebergte en de Andes.
Namen om op te letten zijn o.a. Maipo, Colchagua, Rapel, Curico en Maule Valley. Recentelijk zijn ook gebieden verder naar het zuiden en noorden ontdekt. In het diepe zuiden is dat Bio-Bio, ten noordwesten en noorden van Santiago zijn dat Casablanca en Aconcagua. Hoewel het in die twee laatstgenoemde theoretisch wat warmer zou moeten zijn, is dat niet het geval. Mist van de Stille Oceaan zorgt namelijk voor de gewenste afkoeling.
Chili scoorde tot nu toe vooral met zuivere, rechte rode wijnen. Cabernets vooral, maar ook Chardonnays, Merlots en Sauvignons. Solide wijnen voor een scherpe prijs. De Chilenen willen echter van het goedkope imago af en proberen dat te doen op diverse manieren. Door meer aandacht te besteden aan terroir (het nadruk leggen op specifieke herkomst en door meer variatie in hun assortiment aan te brengen). Dat lukt de laatste jaren heel aardig. Tal van bedrijven maken tegenwoordig respectabele topcuvees die in de wereld van assemblages, vaak in samenwerking met Frankrijk of Californië.
Voor de verbreding van het aanbod zorgen onder andere druiven die tot nu toe wat in de schaduw stonden. Het meest in het oog springende voorbeeld hiervan is de carmenère, die pas enkele decennia als zodanig weer wordt herkend. Chili heeft hem omarmd als eigen ‘nationale druif’. Ook malbec, syrah en zelfs viognier krijgen er een stijgende belangstelling.
Duitsland behoort tot van ouds redenen tot de klassieke wijnlanden. Het kan bogen op een rijke historie, eigen wijnflestradities en, dankzij zijn noordelijke ligging en het daarmee samenhangende koele klimaat, op een geheel eigen stijl.
Kenmerkend voor de Duitse wijnbouw is het gebruik van ‘eigen’ druivenrassen, met voorop riesling. Mondiale soorten als chardonnay en cabernet sauvignon hebben slechts in anekdotische mate voet aan de grond gekregen. Duitse wijnbouw is in de eerste plaats een land van stille witte wijnen bekend staat, produceert het een compleet gamma wijnen, inclusief rode – goed voor bijna 40% van het volume – en mousserende.
De Duitse wijnbouw is een schoolvoorbeeld van cool climate viticulture. Om te beginnen is er de noordelijke ligging. Hoe verder westwaarts de wijngaarden liggen, des te meer zij de blootgesteld aan de invloeden van een continentaal klimaat. Dit betekent een verhoudingwijs kort groeiseizoen en heeft dus consequenties voor de keuze van de druivenrassen. Globaal gesproken resulteert dat in wijnen met een relatief laag alcoholpercentage, een hoge zuurgraad en intense aroma’s.
Van doorslaggevende belang voor de rijping van het fruit is de ligging van de wijngaard. Die vraagt om bescherming tegen koude in het algemeen en nachtvorst in het bijzonder en optimale instraling van zonneschijn. Smalle, diepe rivierdalen bieden vaak de juiste klimatologische omstandigheden. De bekendste voorbeelden zijn het Rij- en Moezeldal, maar ook Ahr, Nahe, Neckar en Main bieden zo’n omgeving. Dit is wat de rivieren draagt in het najaar tot bij de vorming van botrytis, alias Edelfäule. Aanwezigheid van een grote wateroppervlakte zorgt voor een extra gunstige, matigende invloed. Dit is het beste waar te nemen in de Rheingau, waar de Rijn heel breed is.
Typerend voor veel van de beste Duitse wijngaarden is een ligging op hellingen. Hierdoor vermindert het gevaar van nachtvorst en is er een betere instraling van de zon. Een tweede reden waarom de hellingwijngaarden (Hanglagen) vaak betere kwaliteit leveren dan de vlak terrein is de bodemconsistentie, bijvoorbeeld de meeste zal maar rijk aan mineralen, terwijl de vlakke bodems vaker te rijk zijn. Maar pas op, het aantal uitzonderingen op deze regel is legio.
De meest optimale, en zo men wil ‘meest Duitse’, bodem is de met leisteen (Schiefer), die een uitstekende ondergrond biedt op hellingen biedt. Het Duitse woord voor wijngaards is Wingert. Dit is heel toepasselijk, aangezien wijngaarden bijna altijd aan op hellingen aangelegd werden. Gaat het om een steile helling, dan is dat een Steillage. Zulke wijngaarden bieden een beslagen af aan kwaliteit opzicht. Keerzijde is wel dat de exploitatie. Mechanisatie is slechts beperkt mogelijk en het onderhoud kostbaar. Goede Duitse wijn kan dus nooit goedkoop zijn.
Duitsland is één van land cépagewijnen, wijnen gemaakt van één enkel druivenras. Oude rassen zijn de riesling, Duitslands nationale trots, en de silvaner. Steeds populairder aan het worden zijn de grauburgunder (pinot gris) en de weissburgunder (pinot blanc). Van de vele kruisingen is de müller-thurgau (rivaner) de belangrijkste. In kwaliteit opzicht scoort vooral de kerner goed, terwijl bij de aromatische varianten de scheurebe genoemd moet worden.
Rode wijnen maken ruim een derde uit van de Duitse wijnproductie. De belangrijkste druif daarvoor is de spätburgunder (pinot noir), gevolgd door de succesvolle kruising dornfelder. Verder komen ook lemberger (blaufränkisch) en portugieser voor.
Duitsland kent 13 herkomstgebieden (Anbaugebiete) voor kwaliteitswijnen. Ze variëren in oppervlakte van vele duizenden tot slechts een paar honderd hectare. Ze zijn onderverdeeld in Bereiche (districten). In Duitse herkomstbenaming worden op het etiket gerefereerd aan Lagen. Het woord ‘Lage’ betekent letterlijk zo veel als ‘ligging’, c.q. plaats van de wijngaard. Een individuele wijngaard is een Einzellage. Daarvan zijn er in totaal zo’n 2600, die in principe allemaal genoemd mogen worden in combinatie met de naam van de gemeente waarin ze liggen. In de praktijk gebeurt dat eigenlijk maar met een beperkt aantal.
Op één na grootste wijnbouwgebied van Duitsland, grenzend aan Rheinhessen in het noorden en de Elzas in het zuiden. De streek heeft zich positief ontwikkeld van bulk wijnleverancier tot producent van kwaliteitswijnen. De wijngaarden liggen op zacht glooiend terrein in een smal maar lang lint van 80 bij 10 kilometer.
Het kerngebied van de Pfalz is de Mittelhaardt. Dit heeft een overwegend zanderige leembodem en omvat magnifieke wijngaarden in dorpen als Kallstadt, Ungstein, Bad Dürkheim, Wachenheim, Forst, Deidesheim, Ruppertsberg en Mussbach. Het klimaat is hier dusdanig mild dat er amandel- en vijgenbomen groeien. Riesling is de belangrijkste druif en geeft wijnen die voller zijn en minder zuren hebben dan die uit gebieden als Mosel of Rheingau.
De afgelopen jaren heeft de Südpfalz (Südliche Weinstrasse) een spectaculaire ontwikkeling doorgemaakt. Behalve met riesling gebeurde dat met rode wijnen op basis van spätburgunder. Ze behoren tot de beste van heel Duitsland.
Baden is de naam voor een groep verspreid liggende gebiedjes van het Frankenland tot aan de Bodensee. Het zwaartepunt ligt langs de Rijn tussen Baden-Baden en Freiburg. De wijngaarden worden in het oosten beschut door het Zwarte Woud. In het westen vormen de Vogezen een barrière tegen vochtige lucht van de Atlantische Oceaan.
De Ortenau bij Offenburg en de Kaiserstuhl bij Freiburg gelden als de beste deelgebieden. De Ortenau (rond Durbach) produceert zowel witte als rode wijn, resp. van riesling en spätburgunder. Goede dorpen rond de oude vulkaan Kaiserstuhl zijn o.a. Achkarren, Ihringen, Oberrotweil en Vogtsburg. De wijngaarden liggen hier op terrassen en produceren de krachtigste wijnen van heel Duitsland. Burgundersoorten (pinots) hebben er een groot aandeel in de aanplant, met een glansrol voor spätburgunder.
Een eigenaardigheid van Baden is de grote rol van coöperaties. Ze nemen ongeveer driekwart van de productie voor hun rekening.
Tot 2007 bekend onder de naam Mosel-Saar-Ruwer. Langgerekt gebied langs de Moezel, van het drielandpunt met Frankrijk en Luxemburg tot aan de monding in de Rijn in Koblenz. Het is het oudste wijnbouwgebied van Duitsland en dankt zijn reputatie aan uiterst verfijnde Rieslings met een markante minerale leisteennoot. De meeste wijnen worden hier gevinifieerd met wat restzoet, hoewel droog in opkomst is. Het gebied is onderverdeeld in vier Bereiche, met Saar-Ruwer en Mittelmosel als de belangrijkste.
Saar-Ruwer is genoemd naar twee zijrivieren van de Moezel, respectievelijk ten zuiden en ten noordoosten van Trier. In beide gevallen is de riesling veruit de belangrijkste druif. Ondanks de kleine afstanden zijn de stijlverschillen tussen de wijnen onderling en met die van de Mittelmosel vrij groot. Saarwijnen zijn de meest gereserveerde van alle Moezelwijnen. Dit heeft te maken met het koele klimaat. Het Saardal ligt weliswaar zuidelijker dan de Mittelmosel, maar het is rechter en breder dan dat van de Moezel. Daardoor is er minder beschutting tegen koude winden. Door de koude is het aan de Saar betrekkelijk eenvoudig om Eiswein te produceren. De normaal geoogste wijnen hebben behalve een markante zuurgraad ook een sterk minerale component van de leisteenbodem. Ook Ruwervijnen beschikken meestal over een vrij hoge zuurgraad, maar dan wel met een expressieve finesse.
De Mittelmosel loopt van Trier tot Zell en is het herkomstdistrict van de klassieke Moezelriesling. De rivier slingert zich hier door een nauw dal met steile leisteenhellingen. Gemeenschappelijk kenmerk van de wijnen uit dit deel van de Moezel is een bloemig aroma en een zekere Spritzigkeit. Tegelijk vertonen ze subtiele maar onmiskenbare nuances van dorp tot dorp en van Lage tot Lage. Bekende dorpen zijn, van zuid naar noord, Klüsserath, Leiwen, Trittenheim, Piesport, Brauneberg, Bernkastel-Kues, Graach, Wehlen, Zeltingen, Ürzig, Erden en Traben-Trarbach.
Een vrij klein, maar kwalitatief uitstekend terroir is de Terrassenmosel bij Winningen, onder de rook van Koblenz. Zoals de naam al aangeeft, liggen de wijngaarden hier in terrasvorm op zeer steile leisteenhellingen, waar ze genieten van een ongewoon warm microklimaat.
Ondanks een grote productie is Württembergse wijn buiten de eigen regio nauwelijks bekend. De voornaamste reden daarvoor is dat de Schwaben – de lokale bevolking – het meeste zelf consumeren. Veel daarvan is (licht) rood en van bescheiden kwaliteit. Niettemin produceert Württemberg ook wijnen van zeer goede kwaliteit, rood met valtagering en stevige Rieslings. De wijngaarden bevinden zich in het dal van de Neckar en in de dalen van zijn zijrivieren. Enkele ervan liggen binnen de bebouwing van de hoofdstad Stuttgart.
Oostelijk, landinwaarts gelegen gebied met een uitgesproken continentaal klimaat. In verband met de werkdruk en het vorstrisico is er relatief weinig aan de wijngaarden op groot belang. In mindere mate liggen ze in de omgeving van Würzburg op hellingen langs de Main en in mindere mate op uitlopers van het Steigerwald.
Franken is, op een paar glorieuze uitzonderingen na, te koud voor de riesling, wat de ruime aanplant van rieslingkruisingen verklaart. Van de oude soorten is wel de silvaner prominent aanwezig.
Eerst erlangs gemeentes langs de Main zijn Würzburg (met de beroemde Stein wijngaard), Randersacker, Sommerhausen en Escherndorf. In het Steigerwald zijn dat Rödelsee, Iphofen en Castell. Frankenwijnen worden gebotteld in een eigen model fles, de Bocksbeutel.
Genoemd naar een zijriviertje van de Rijn met verspreid liggende wijngaarden. Het kerngebied is te vinden langs de oevers van de Nahe zelf in de omgeving van Bad Kreuznach. Wijngaarden liggen daar goed beschut en profiteren van een droge en relatief warme omgeving. Kenmerkend voor de Nahe is een extreem gevarieerde bodensgesteldheid. Als gevolg daarvan is er ook de nodige variatie in wijnstijlen. Toch kan van Nahewijnen in het algemeen gezegd worden dat ze vrij vol van structuur zijn.
Eersteklas gemeenten in de Obere Nahe zijn: Schlossböckelheim, Oberhausen, Niederhausen, Norheim en Traisen. Stroomafwaarts van Bad Kreuznach strekt zich de Untere Nahe uit met dorpen als Langenlonsheim, Laubenheim, Dorsheim en Münster-Sarmsheim.
Samen met de Moezel is dit een van de twee referentiegebieden voor Duitse wijn, en wel voor het oertype Rijnwijn. De Rheingau is een compact, aaneengesloten wijngebied met aristocratische allure. Het ligt ingeklemd tussen het Taunusgebergte en de Rijn. De aanwezigheid van de Rijn, die hier bij wijze van uitzondering van oost naar west stroomt en breed is, is van grote invloed op het klimaat. Vrijwel alle wijngaarden liggen op glooiende hellingen met gezicht op de rivier.
De riesling geeft in de Rheingau extractrijke wijnen die krachtiger en wat droger zijn dan die van de Moezel. Ze rijpen in de regel uitstekend. Behalve met Riesling profileert de Rheingau zich ook met uitstekende Spätburgunder. Het dorp Assmannshausen is daar zelfs in gespecialiseerd.
De belangrijkste gemeenten van noord naar zuid zijn verder: Rüdesheim, Geisenheim (vestigingsplaats van de beroemde wijnbouwschool), Johannisberg, Winkel, Oestrich, Hallgarten, Hattenheim, Erbach, Eltville, Kiedrich, Rauenthal, Walluf en Hochheim. Hoewel Hochheim niet aan Rijn ligt maar aan de Main, heeft een verbastering van de naam gezorgd voor de Engelse benaming van Rijnwijn: hock.
De Mittelrhein ligt ten noorden van de Rheingau, in het Rijndal en zijndalen daarvan tussen Bonn en Bingen. Hoewel het landschap van de Mittelrhein – met de Loreley – heel bekend is, kan dat van de wijnen niet gezegd worden. Niettemin is het kwaliteitspotentieel hier groot, vooral voor Rieslings. De omstandigheden zijn enigszins vergelijkbaar met die van de Moezel. Het smalle, diep uitgesneden Rijndal beschut de wijngaarden tegen wind en koude en biedt steile leisteenhellingen met goede bezonning. De beste wijngaarden van de Mittelrhein zijn te vinden in Bacharach. De wijnen zijn in de regel wat lichter dan die uit de Rheingau en gaan meer in de richting van de Moezel.
Dit gebied is genoemd naar twee riviertjes in Sachsen-Anhalt. Het ligt ten zuidwesten van de stad Halle, in de omgeving van plaatsen als Naumburg en Freyburg. Het is het noordelijkste wijngebied van Duitsland en heeft dus een gemiddeld lage temperatuur. In verband hiermee zijn de wijngaarden aangelegd op zuidelijk gelegen hellingen in rivierdalen. Daar heerst een relatief gunstig klimaat voor vroeg rijpende druivensoorten als müller-thurgau en silvaner.
Noordelijk gelegen wijnbouwgebied, even ten zuiden van Bonn. Merkwaardig genoeg is de Ahr gespecialiseerd in rode wijnen, hoofdzakelijk van spätburgunder. Steeds vaker zijn dat diepgelukte, gestructureerde wijnen, veelal met vatrijping. De reden hiervoor is de Ahr ondanks een zo noordelijke ligging toch rode wijnen kan produceren is een bijzondere combinatie van bodem en klimaat. Het Ahrdal heeft een uitermate beschutte ligging en heeft vooral in het middendeel zeer steile hellingen met vulkanische en leisteenbodems die de warmte goed vasthouden.
Overgangsgebied tussen de Rheingau en Baden, met als voornaamste dorpen Bensheim en Heppenheim. De ligging tussen de Rijn in het westen en het Odenwald in het oosten zorgt hier voor een uitstekend klimaat met relatief veel zon en een vroeg begin van het voorjaar. Hierdoor gedijt er niet alleen de amandelboom maar ook de riesling.
Het kleinste en meest oostelijke van alle Duitse wijnbouwgebieden. De wijngaarden liggen op de steile hellingen langs de oevers van de Elbe bij Dresden. Evenals in Saale-Unstrut is een goede ligging van de wijngaarden een absolute noodzaak. Het klimaat is hier namelijk dusdanig mild dat zelfs een minimaal nat voor risico op schade niet valt uitgesloten in het voorjaar.
Frankrijk is, alle concurrentie ten spijt, nog steeds het meest toonaangevende wijnland in de wereld. Het is een land met een werkelijk unieke veelzijdigheid dat tal van wijnen heeft voortgebracht die als voorbeelden dien(d)en voor de rest van de wereld: Bordeaux, Bourgogne, Champagne, Rhône...
De wijnbouw werd in Frankrijk geïntroduceerd door Griekse kolonisten. Dat gebeurde rond 600 voor Christus, in de omgeving van het huidige Marseille. Geleidelijk aan zou de wijnstok zich over heel Gallië verspreiden, vrijwel altijd de loop van rivieren volgend.
Door eeuwenlange ervaring hebben de Fransen ontdekt welke druivenrassen het het best in welke omgeving deden. Ze hebben daar een mooie term bij bedacht: terroir. Terroir omvat zowel bodem, klimaat als ligging plus de invloed van het menselijk handelen. Het zou het voornaamste kenmerk moeten zijn van traditionele Franse wijnen. Vandaar dat vermelding van druivenrassen zo vaak achterwege blijft.
In geologisch opzicht is Frankrijk uitzonderlijk rijk bedeeld. Het kent alle denkbare soorten bodems en bodemsamenstellingen. In klimatologisch opzicht staat een groot deel van het land onder invloed van de Atlantische Oceaan. Dat betekent een gematigd temperatuurverloop met de nodige neerslag. Alleen langs de kust van de Middellandse Zee en in het zuidelijke Rhônedal is er sprake van een uitgesproken mediterraan klimaat.
In diverse Franse streken kun je in een of andere vorm de term ‘cru’ op het etiket tegenkomen. De betekenis daarvan verschilt van regio tot regio.
In de Bourgogne en in de Elzas slaat de benaming ‘grand cru’ op wijngaarden met een (op papier) bijzonder kwaliteitspotentieel c.q. terroir. Premiers crus in de Bourgogne staan een trapje onder de grands crus. Grands Crus worden vermeld onder eigen naam, premiers crus altijd na de gemeentenaam.
In Bordeaux liggen de zaken totaal anders. In Saint-Émilion slaat ‘grand cru’ op een zo groot deel van de appellation, dat er maar weinig waarde aan te hechten valt. Anders ligt dat dan weer met de classificatie ‘grand cru classé’, die op de wijn van individuele bedrijven van toepassing is.
Crus classés en classificaties van châteaux zijn in Bordeaux verder te vinden in Pessac-Léognan (Graves), Saint-Émilion, Sauternes en niet te vergeten in de Médoc met zijn befaamde Classement met een onderverdeling in vijf klassen. Dat is sinds 1855 slechts één keer aangepast. In 1973 promoveerde Mouton-Rothschild van 2e tot 1e cru.
Onder de crus classés van de Médoc komen de crus bourgeois, die op hun beurt onderverdeeld waren in drie categorieën. Juridische problemen met het geactualiseerde klassement uit 2003 hebben in 2007 geleid tot een impasse en zelfs een (tijdelijk) verbod op het gebruik van de benaming. Wordt vervolgd.
In de Champagne heeft men weer een andere interpretatie van de begrippen grand en premier Cru. Daar slaan ze op de kwaliteit van de druiven uit een bepaald dorp.
In de Beaujolais tenslotte zijn er tien crus zonder verdere toevoeging. Dat zijn appellations die op een gemeente of combinatie van gemeenten slaan.
Alsace
Alsace, in het Nederlands Elzas, is Frankrijk op z’n Duits. Of Duitsland op z’n Frans. Het is een schilderachtig, smal en lang gerekt wijngebied aan de voet van de Vogezen. De schilderachtige Route du Vin – de oudste wijnroute van Frankrijk – voert van Marlenheim in het noorden tot Thann in het zuiden. Het noordelijke deel van de Elzas ligt in het departement Bas-Rhin, het centrale en zuidelijke in Haut-Rhin. Daar ligt ook de wijnhoofdstad Colmar.
Ook nu het deel uitmaakt van Frankrijk, onderscheidt de Elzas zich in menig opzicht van de andere Franse wijngebieden. Neem bijvoorbeeld de aanplant van de wijngaard met o.a. riesling en de manier waarop die druiven verwerkt en de wijnen geëtiketteerd worden. De hele streek valt onder slechts een enkele appellation, maar anders dan elders in Frankrijk staan de namen van druivensoorten in grote letters op het etiket.
Bovendien hebben heel wat Elzaswijnen ondanks hun droge imago behoorlijk wat restsuiker, waardoor ze allesbehalve droog smaken.
De Elzas ligt vrij noordelijk maar wordt goed beschut door de Vogezen. Een ander voordeel is het grote aantal uren zonneschijn. Daardoor rijpen de druiven in de regel goed, zij het laat. Behalve de al genoemde soorten staan sylvaner, pinot blanc, auxerrois, pinot gris, muscat, gewürztraminer – in de Elzas overigens gespeld zonder umlaut – en pinot noir aangeplant. In zeer goede jaren proberen de Elzassers overrijpe, laat geoogste druiven voor het maken van rijke wijnen van Vendanges Tardives. Als de natuur nog meer meewerkt en er ook botrytis optreedt, dan kan dat zelfs leiden tot een superrijke Sélection de Grains Nobles.
Champagne
La Champagne is het meest noordelijke wijngebied van Frankrijk. Met zijn koele klimaat en kalkrijke krijtbodem heeft het de ideale omstandigheden voor de productie van ’s werelds beroemdste mousserende wijn, le Champagne. Voor stille wijnen is het hier eigenlijk al te koud, al was de faam van de streek daar ooit juist wel op gebaseerd. Rode zelfs!
Tijdens de prise de mousse (belletjestvorming) rusten de flessen in koele kelders, omdat een koele, constante temperatuur dan zeer belangrijk is. Onder steden als Reims en Epernay liggen gangenstelsels van vele tientallen kilometers. Ze zijn een bezienswaardigheid van de eerste orde. Men kon ze vrij gemakkelijk uithouwen in dezelfde krijtbodem die zo’n goede ondergrond aan de wijngaarden biedt. Het gebruik daarvan kwam al van de Romeinen, die het gesteente als bouwmateriaal gebruikten.
Champagnes paren een hoge zuurgraad aan aromatische verfijning en complexiteit. Ze komen van drie druivenrassen: chardonnay, pinot noir en pinot meunier. Meestal worden die gemengd, behalve in de Côte des Blancs. In dat district gebruikt men alleen chardonnay, waarvan men het type Blanc de Blancs. In de Montagne de Reims is pinot juist weer sterk vertegenwoordigd, die voor een wat zwaardere stijl wijn zorgt.
De meeste champagnes zijn assemblages van diverse stille basiswijnen van diverse jaargangen. Hierdoor kan jaar in jaar uit een gelijkmatige kwaliteit geproduceerd worden. Alleen van zeer goede oogstjaren produceert men Vintages of Millésimés. Anders dan een eeuw geleden wordt de overgrote meerderheid van de champagnes als het droge type Brut op de markt gebracht, met maximaal 15 gram restsuiker per liter. Toevoeging van wat suiker in de dosage bij de botteling is nodig om de hoge zuurgraad wat af te ronden.
Champagne heeft model gestaan voor mousserende wijnen over de hele wereld. Producenten daarvan refereren graag aan de méthode champenoise, ook in Frankrijk zelf. Nadat het gebruik van die term verboden werd, is als alternatief de benaming crémant ingevoerd. Belangrijke gebieden daarvoor zijn o.a. Alsace, Loire, Bourgogne en Limoux.
Loire
Het Loiredal vormt het hart van Frankrijk. Het heeft als toepasselijke bijnaam ‘Jardin de la France’, Tuin van Frankrijk. Behalve om zijn vele imposante kastelen is de Loire ook bekend om zijn wijnen. Die zijn in hoofdzaak wit en komen uit vier gebieden. Van west naar oost zijn dat: Muscadet, Anjou-Saumur, Touraine en Centre.
In de Muscadet draait alles rond de druif melon de Bourgogne. Men laat de strakke droge wijn daarvan vaak na gisting op zijn gistbezinksel in de tank liggen tot aan de botteling. Die lagering sur lie laat hem lichtjes parelen.
Anjou telt veel wijngaarden met chenin blanc, de meest typische druif van de Loire. Het aardige is dat die zowel beendroge als rijke zoete wijn kan produceren. Zie wat dat laatste betreft Coteaux du Layon. Anjou is ook een gebied voor rood, vooral van cabernet franc.
In Saumur is het beeld vergelijkbaar, met Saumur-Champigny als AOC voor uitstekende rode. Saumur is echter vooral bekend als leverancier van mousserende wijn van het format, Saumur Brut of Crémant de Loire.
Touraine biedt voor elk wat wils. Rode in Bourgueil en Chinon, droge witte van sauvignon blanc en lang rijpende (half)zoete cheninwijnen in Vouvray en Montlouis. Wat ze allemaal delen is hun frisse, levendige karakter.
Verder het binnenland in is het vooral sauvignon blanc wat de klok slaat. Sauvignon met een uitgesproken mineraal accent, wel te verstaan. Deze wijnen komen uit appellations als Sancerre, Pouilly-Fumé en Menetou-Salon. Over referentiewijnen gesproken!
Bordeaux
Bordeaux is ’s werelds beroemdste gebied voor rode wijnen en misschien wel voor wijn in het algemeen. Het is groot – met meer wijngaarden dan in heel Duitsland of Zuid-Afrika te vinden zijn – en heeft grandeur. Grootse wijnen komen er van châteaux die meer op kastelen dan op boerderijen lijken, met vatkelders waar strak geordende rijen barriques met honderden tegelijk in bijna gewijde stilte liggen te rijpen. Trefwoord: stijl.
Kenmerkend voor Bordeaux is de assemblage. Dit wil zeggen dat de wijnen uit twee of meer druivenrassen worden samengesteld. Assembleren heeft als grote voordeel dat men wat speelruimte heeft bij het corrigeren van eventuele problemen in moeilijke jaren.
Médoc & Graves
Rode Bordeaux van topchâteaux is de verzamelaarwijn bij uitstek. Zij hebben de status van cru classé, een bijna magische benaming. Dit soort wijnen komt vooral uit de gemeentes in de Haut-Médoc: Margaux, Saint-Julien, Pauillac en Saint-Estèphe. Handelsmerk van diezelfde Médoc zijn de dikke kiezelzagen, en met een uitstekende drainage. Idem dito in Pessac-Léognan in de Graves, net ten zuiden van de stad Bordeaux. Cabernet sauvignon is hier de smaakbepalende druif. Merlot en cabernet franc zijn de belangrijkste aanvullers.
Libournais
Topwijnen komen eveneens uit de Libournais, de regio rond Libourne met appellations als Fronsac, Saint-Émilion, Pomerol en hun satellieten. Werkt men in Médoc en Graves meestal met cabernet sauvignon als belangrijkste component, in de Libournais domineert de merlot juist. Daardoor zijn die wijnen in de regel wat soepeler dan die uit de Médoc.
Côtes
Bordeaux is veel, heel veel meer dan enkel grote namen. Het telt duizenden petits châteaux in zogenaamde ‘tweederangs’ appellations. Op papier althans, want daar van de bijbehorende jaren zien ze over het potentieel de appellations beschikken. Zie hier beter werk uit Côtes de Bourg, Côtes de Blaye, Côtes de Francs, Côtes de Castillon, Premières Côtes de Bordeaux etc.
Blanc
Bordeaux is ook veel meer dan rood alleen. Het produceert ook grote hoeveelheden witte wijn. Droog en zoet. De droge komt van sauvignon en sémillon, met als paradepaardjes de op hout vergiste crus uit Pessac-Léognan. Voor het iets minder prestigieuze, modern op staal gevinifieerde werk tekent Entre-deux-Mers.
Zoete Bordeaux in ultieme vorm komt uit Sauternes en Barsac, een enclave in de Graves. De combinatie sémillon-botrytis resulteert daar in fantastisch rijke wijnen met als onbetwiste nummer 1 Château d’Yquem. Vloeibaar goud.
Zuidwest
Sud-Ouest is de verzamelnaam voor een aantal grotere en kleinere gebieden in het achterland van Bordeaux. Met die stad hebben ze meestal een haat-liefdeverhouding gehad, en omgekeerd. Bordeaux heeft uiteindelijk de concurrentiestrijd gewonnen, waardoor de rest van de Sud-Ouest een beetje op zichzelf werd aangewezen. Een geluk bij een ongeluk is dat daardoor lokale druivenrassen konden overleven. Dit deel van Frankrijk kent zodoende een rijkdom aan onalledaagse druivenrassen.
Onmiddellijk ten oosten van Bordeaux ligt Bergerac, een gebied met een eeuwenlange traditie en even lange rivaliteit met de grote buur. Het produceert wijn in alle stijlen die sterk aan Bordeaux doen denken. Bijzondere appellations zijn daar Monbazillac voor zoet, Pécharmant voor rood en Montravel voor wit.
Verder weg van Bordeaux liggen onder meer Gaillac, nog zo’n gebied dat van alle markten thuis is, en Cahors. Cahors is de bakermat van de malbec, die op zijn best krachtige wijnen met de nodige tannines geeft.
Voor Madiran geldt dat al net zo. De naam van het druivenras tannat doet misschien al wat vermoeden. Zo’n wijn die letterlijk getemd moet worden.
Bij de witte wijnen valt de aromatische Jurançon met zijn markante zuren op. Hij wordt gemaakt in droge én zoete uitvoering. Uit het Armagnacgebied komen behalve het gelijknamige distillaat ook frisse witte Vins de Pays de Gascogne.
Bourgogne
De Bourgogne is wellicht het meest traditionele gebied van Frankrijk. Het is kleinschaliger dan bijvoorbeeld Bordeaux. Grote châteaux zoek je er tevergeefs; het is meer een streek van kleine domaines. Ook de wijnen zijn er anders. Assembleren van verschillende druivenrassen is er hier niet bij.
Wijn maken is in de Bourgogne het tot uitdrukking brengen van subtiele variaties op een vast thema: terroir. Voor rood betekent dat met de pinot noir, voor wit met de chardonnay. De nuances verschillen van district tot district, van gemeente tot gemeente, en van wijngaard tot wijngaard.
Bovendien kent de Bourgogne een extreem versnipperd grondbezit. Een wijngaard heeft soms wel tientallen verschillende eigenaren die ieder hun eigen stijl wijn maken. Gecompliceerd en intrigerend tegelijk.
De Bourgogne is van noord naar zuid onderverdeeld in een aantal districten met eigen karakteristieken: Chablis, Côte de Nuits en Côte de Beaune – samen de Côte d’Or, Côte Chalonnaise en Mâconnais.
Chablis is het meest noordelijke van alle districten. Het ligt tegenwoordig geïsoleerd van de rest van de Bourgogne, op de grens van waar wijnbouw nog net mogelijk is. Evenals in de Champagne is de kalkbodem hier verantwoordelijk voor het minerale karakter van de wijnen. Die komen allemaal van de chardonnay. De beste wijngaarden van Chablis, grands crus en de top premiers crus, liggen op hellingen. Daar bestaat namelijk het minste risico op nachtvorst, een van de grote plagen in deze streek.
Even ten zuiden van Dijon begint de Côte d’Or. Dit is het hart van de Bourgogne. Tot aan Beaune domineert de pinot noir, verder naar het zuiden wordt de chardonnay steeds belangrijker. Het klimaat is hier vrij koel en vochtig, maar vooral voor de pinot noir blijkt dat nu juist ideaal te zijn. De Côte de Nuits – de noordelijke helft van de Côte d’Or – is zelfs ’s werelds beste gebied voor deze druif. Gemeentenamen klinken hier als een klok: Gevrey-Chambertin, Chambolle-Musigny, Morey-Saint-Denis, Vougeot, Vosne-Romanée, Nuits-Saint-Georges. Het tweede deel van de Côte d’Or is Beaune, eveneens relevant als herkomstgebied voor chardonnay.
De Côte de Beaune begint met Aloxe-Corton en telt verder gemeentes als Beaune, Pommard, Volnay, Meursault, Puligny-Montrachet en Chassagne-Montrachet. Die laatste drie vormen samen met Corton-Charlemagne het summum van chardonnaywijnen.
Verder naar het zuiden ligt de Côte Chalonnaise (met gemeenteappellations als Rully, Givry, Mercurey en Montagny), ook weer met zowel wit als rood. Het laatste district is de Mâconnais, een groot gebied dat vooral bekend is om zijn witte wijnen. De beste komen uit een beperkt aantal dorpen, Villages. De toppers hebben eigen AOCs: Viré-Clessé, Pouilly-Fuissé en Saint-Véran.
Beaujolais
Hoewel de Beaujolais eigenlijk tot de Bourgogne gerekend zou kunnen worden, is het als wijngebied volledig onafhankelijk daarvan. Wat de twee gemeen hebben is dat ze aan elkaar grenzen. Verder is de Beaujolais totaal anders. Het is het begin van het Zuiden en het is het land van de gamay, liever gamay noir à jus blanc. De van nature uitbundige druif gamay lijkt voorbestemd voor de warme granietbodems van de Beaujolais. Toch moet hij wel enigszins getemd worden.
Beaujolais kent drie kwaliteitsniveaus. Aan de basis van de piramide staat de AOC Beaujolais. Een trap hoger staat Beaujolais Villages. De top tenslotte wordt gevormd door tien Crus, en groot gemeenteappellations: Brouilly, Côte de Brouilly, Chénas, Chiroubles, Fleurie, Juliénas, Morgon, Moulin à Vent, Régnié, Saint-Amour. Qua stijl zijn ze zowel lichtvoetige, elegante wijnen als geconcentreerde rijpingspotentieel. Of wat dacht je van Beaujolais Blanc? Die wordt mondjesmaat geproduceerd in het noorden van de streek.
Jura & Savoie
In het oosten van Frankrijk liggen een paar juweeltjes van wijngebieden met een weliswaar kleine productie maar o zo originele wijnen, zelfs voor Franse begrippen. Het gaat om de Jura en de Savoie.
De Jura produceert zowel normale tafelwijnen (Arbois, Côtes du Jura) als de bijzondere vin jaune, de Franse tegenhanger van sherry.
De Savoie heeft onalledaagse druiven als de roussette en jacquère (wit) en de mondeuse (rood). Zeer aanbevelenswaardig is hier de wijn uit Apremont.
Rhône
De Vallée du Rhône is een van Frankrijk's oudste wijnbouwgebieden. Immers, de verspreiding van de wijnbouw verliep vanuit Marseille via dit dal noordwaarts. Grieken, Romeinen, de pausen in Avignon, ze hebben allemaal bijgedragen aan de ontwikkeling van een bloeiende wijncultuur.
De Rhône is onder te verdelen in een noordelijk en een zuidelijk deel. De smalle vallei in het noorden met zijn steile hellingen is het domein van de syrah voor rood en van viognier, marsanne en roussanne voor wit. De grote namen zijn hier Hermitage (rood en wit), Côte-Rôtie, Cornas (beide rood) en Condrieu (wit). In alle gevallen zijn de beschikbare hoeveelheden wijn gering. Saint-Joseph en Crozes-Hermitage (beide rood en wit) produceren wat grotere hoeveelheden wijn.
Heel anders en veel mediterraner is het zuidelijk deel van het Rhônedal. Het dal is hier breder, met op sommige plaatsen grote kiezels in de bodem. Dit is de streek van de grenache, die per definitie aanvulling krijgt van rassen als syrah en cinsault. De zuidelijke Rhône heeft vijf gemeenteappellations: Châteauneuf-du-Pape, Gigondas, Vacqueyras, Tavel en Lirac. De laatste twee zijn vooral bekend om hun rosé. Wijnen met de AOC Côtes du Rhône Villages bieden in de regel goede kwaliteit, vooral wanneer het gaat om Villages (dorpen) waarvan de naam op het etiket vermeld mag worden. Een voorbeeld daarvan is Cairanne.
Languedoc & Roussillon
Wellicht de meest dynamische Franse regio van dit moment is de Languedoc. Ooit was dit de wijnschuur van Frankrijk, met als enige opdracht grote hoeveelheden voor een zo laag mogelijke prijs te produceren. Die tijd is voorbij. Nu geldt: minder maar beter. En nog steeds voor aantrekkelijke prijzen.
In de Languedoc vind je min of meer ‘traditionele’ rode terroirwijnen in appellations als Coteaux du Languedoc, Fitou, Corbières, Minervois, Faugères en Saint-Chinian, op basis van o.a. carignan, grenache, cinsault en de sterk opkomende syrah. Anderzijds zijn er de moderne cépagewijnen onder de noemer Vin de Pays d’Oc.
De Languedoc wordt op de voet gevolgd door de Roussillon met appellations als Côtes du Roussillon (Villages) en Collioure. Deze streek produceert behalve steeds betere droge wijnen ook een hele serie versterkte zoete wijnen, zogeheten vins doux naturels: Banyuls, Maury, Rivesaltes en Muscat de Rivesaltes.
Provence & Corsica
De Provence is naar alle waarschijnlijkheid Frankrijk's oudste wijngebied. Al rond 600 voor Christus werden hier de eerste druivenstokken geplant. Vandaag de dag is het vooral bekend om zijn rosé, maar het gebied produceert ook karaktervolle rode en witte wijnen die perfect aansluiten bij de mediterrane keuken.
De meest aangeplante druivenrassen voor rosé en rood zijn grenache, syrah, mourvèdre en de lokale soort tibouren.
Behalve de algemene appellation Côtes de Provence kent het gebied een aantal kleinere AOC’s zoals Coteaux d’Aix-en-Provence, Les Baux de Provence en Bandol, en piepkleintjes als Palette, Bellet en Cassis.
Het eiland Corsica is in alle opzichten een buitenbeentje. De traditionele druivensoorten op het eiland hebben meer gemeen met die op het buureiland Sardinië dan met die van de Provence. Italiaanse namen als nielluccio en sciaccarello zeggen wat betreft genoeg.
De Grieken noemden het Oenotria, Wijnland! Een toepasselijke naam voor wat nu (Zuid) Italië is. Italië is immers een wijnland bij uitstek. Groot, gevarieerd en tegelijk ook onbekend. Misschien komt dat omdat de Italianen hun creativiteit niet altijd in de juiste marketingbanen weten te leiden. Zie het enorme aantal wijnen en bijbehorende herkomstbenamingen. Anderzijds zou dit gegeven een uitdaging voor avontuurlijke wijnliefhebbers moeten zijn.
Er is meer dat Italië uniek maakt. Geen enkel ander land kan zich er op beroemen dat het wijnbouw heeft in letterlijk alle gewesten. In Italië is dat van het hoge noorden tot in het diepe zuiden. Nog een detail: in het ontwerpen van hun etiketten laten de Italianen iedereen ver achter zich.
Hoewel Italië een mediterraan land is, zorgt de verspreiding van wijnbouwgebieden over het hele land ervoor dat de druiven onder wisselende klimaatomstandigheden groeien. Het noorden is in de regel wat koeler en natter dan het zuiden. Een belangrijke kwaliteitsfactor in dit verband is de ligging van de wijngaarden. Vooral in het warme zuiden geldt: hoe hoger hoe beter.
Italië is eeuwenlang aan land geweest van maatschappelijke regio's. Elk van die regio’s ontwikkelde een eigen identiteit. In taal en gebruiken, in de keuken en in de wijnbouw. Tegelijk heeft Italië altijd open gestaan voor invloeden van buitenaf. Ook dat heeft zijn sporen achtergelaten in de wijngaarden. Al bij al kent het land een enorme veelheid aan inheemse en internationale druivenrassen.
Van al die rassen verdienen er minstens twee een speciale vermelding: nebbiolo en sangiovese. De eerste gedijt alleen maar in Piemonte. De tweede is in grote delen van het land aangeplant, maar dankt zijn reputatie aan de vooral aan de grote wijnen uit Toscane. Beide geven rode wijnen van internationale allure.
Een opvallend verschijnsel in delen van Noord Italië is de geleiding van de druivenranken langs pergola’s. Deze geleidingswijze is ondanks zijn landschappelijke aantrekkelijkheid veel op de terugweg. Draadgeleiding geeft nu eenmaal een betere kwaliteit fruit.
Op het gebied van vinificatietechnieken biedt Italië eveneens een grote variatie. Een van de meest in het oog springende gebruiken is het laten indrogen van al geplukte druiven. Deze techniek wordt toegepast voor zoete wijnen zoals recioto en passito wijnen.
Noord Italië
Noord Italië omvat enkele zeer grote wijnregio's die behalve een groot volume ook gemeen hebben dat een groot deel van hun productie een herkomstbenaming voor kwaliteitswijnen draagt. Het gaat o.a. om Piemonte, Lombardia, Veneto en Friuli.
Piemonte
Piemonte vormt samen met Toscane dé referentie voor Italië als wijnland. Het is een heuvelachtig gebied in het noordwesten, met als bekende plaatsen de truffelhoofdstad Alba en Asti. Piemonte kent een grote variatie aan wijnen, wat tot uitdrukking komt in de vele tientallen DOC’s. Een vaak gebruikte, min of meer regionale herkomstbenaming voor cépagewijnen, waaronder de allergrootste, binnen de streek is Langhe.
Piemonte staat voor alles te boek als de regio voor rode wijnen van de nebbiolo. De bekendste daarvan zijn Barolo en Barbaresco. Piemonte heeft echter nog heel veel meer te bieden.
Wat makkelijker toegankelijke alternatieven voor de Nebbiolo’s zijn wijnen als Barbera en Dolcetto. Deze wijnen zijn in de jaren 90 of meer herontdekt en hebben sindsdien een dramatische stijging in kwaliteit te zien gegeven.
Ook de minder bekende witte uit deze regio, zoals Gavi en Roero, zijn zeker de moeite waard. Een andere troef van Piemonte, en dan vooral van Asti, zijn mousserende wijnen zoals Spumante en de fruitige, lichtzoete Moscato.
Lombardia
Lombardia (Lombardije) ligt wat betreft wijn in de schaduw van Piemonte, maar het produceert wel Italië's beste mousserende wijnen. Ze komen uit Franciacorta. Andere namen om te onthouden zijn die van Valtellina (rood), Oltrepo Pavese en Lugana (wit).
Trentino & Südtirol / Alto Adige
Aan de voet van de Alpen liggen de gebieden Trentino en Südtirol/Alto Adige. Een veel geproduceerde wijn uit dit deel van Italië is Pinot Grigio. Een specifieke specialiteit van Trentino is de Teroldego Rotaliano.
Het oorspronkelijk Oostenrijks en nog steeds overwegend Duitstalige Südtirol / Alto Adige kent een zeer groot aantal druivenrassen. Het merendeel komt als cépagewijn op de markt. Bij wit zijn dat o.a. Pinot Bianco, Sauvignon en Gewürztraminer (genoemd naar het plaatsje Tramin), bij rood o.a. de streekspecialiteit Lagrein en Merlot.
Veneto
Gemeten naar volume is Veneto de grootste Italiaanse regio voor DOC-wijnen. De Veneto strekt zich uit van het Gardameer tot voorbij Venetië en van de Alpen tot aan de Po. Het centrum van de Veneto is Verona, de officieuze wijnhoofdstad van heel Italië. Uit de omgeving van Verona komen enkele zeer bekende wijnen, zoals de witte Soave en Bianco di Custoza, evenals de rode Bardolino en Valpolicella. Van de Bardolino bestaat ook een smakelijke roséversie in de vorm van de chiaretto, van de Valpolicella een krachtige Amarone versie, een soort ‘droge port’.
Friuli - Venezia Giulia
Regio in het uiterste noordoosten, bekend om eersteklas witte wijnen, met voorop die uit Collio. Het zijn cépagewijnen die behoren tot de meest gezochte van heel Italië. Zeer goede Sauvignon. Andere specialiteiten zijn Friulano (de nieuwe naam voor de vroegere Tocai friulano), Ribolla gialla en Picolit, de laatste voor zoete wijnen.
Andere interessante DOC’s zijn Isonzo en Grave del Friuli. Evenals in de Veneto produceert Friuli de nodige rode wijn van druiven als merlot en cabernets.
Aosta & Liguria
Noord Italië omvat ook nog twee kleine wijngebieden waarvan de wijnen maar zelden in het buitenland te zien zijn. Het ene is de landschappelijk adembenemend mooie Ligurische kust bij Genua, waar op steile hellingen aan zee witte wijnen als Cinque Terre worden geproduceerd.
In de Alpen ligt het overwegend Franstalige Valle d’Aosta / Valle d’Aoste met specialiteiten die grote overeenkomsten vertonen met die uit het aangrenzende valais in Zwitserland.
Midden Italië
Emilia-Romagna
Tussen de Po en Rome ligt het hart van Italië, met als bekendste gewest en tegelijk beroemdste wijngebied Toscane. Eerst komt echter Emilia-Romagna, een van de vruchtbaarste gebieden van Italië. Echt grote wijnen komen hier niet vandaan, wel een paar heel plezierige. Een daarvan is de droge, licht mousserende Lambrusco, de andere Sangiovese di Romagna.
Toscana
Toscane is de streek die zich het meest leent voor clichés over landschap, wijn en cultuur. De meeste kloppen nog ook! Heuvels met cipressen, olijfboom en wijngaarden. Prachtige oude steden en stadjes. De clichéwijn van de streek is Chianti en die wijn maakt zijn reputatie nog aardig waar ook. Chianti bestaat uit verschillende deelzones, waarvan de zone Classico terecht het beroemdst is. Hoofdbestanddeel van de Chianti is de sangiovese.
Dezelfde druif is ook aangeplant in andere beroemde DOCG’s in de omgeving: Brunello di Montalcino en Vino Nobile di Montepulciano. Beide wijnen ondergaan een vrij lange houtrijping; de eveneens aantrekkelijke versies zonder houtrijping zijn de Rosso di Montalcino en Rosso di Montepulciano. De derde DOCG in het rijtje is Carmignano.
Nog een naam voor grote rode wijnen is Bolgheri. Deze DOC werd speciaal gecreëerd voor enkele experimentele maar prestigieuze wijnen die lange tijd buiten het ‘systeem’ vielen. Ter afsluiting van rood nog een DOCG voor een zoetige sangiovesewijn: Morellino di Scansano.
Hoewel rood de boventoon voert, produceert Toscane ook enkele interessante witte wijnen, zoals de DOCG Vernaccia di San Gimignano.
Een heuse Toscaanse specialiteit is de Vin Santo. Deze wijn kan zowel droog als zoet smaken. Kenmerkend voor zijn smaak is een lange rijping in kleine vaatjes, waarbij de inwerking van zuurstof voor een aangenaam oxidatief karakter zorgt. Of je er koekjes in moet dopen is nog maar de vraag…
Umbria
Ten zuiden van Toscane ligt Umbrië. Het kan in menig opzicht met zijn beroemde buur gewest concurreren, zowel in landschappelijk als cultureel opzicht. Ook als het om wijn gaat, is dit een rijk bedeeld gewest. De beste wijn uit Umbrië is de witte Orvieto, maar wellicht toch interessanter zijn rode wijnen zoals Sagrantino di Montefalco en Torgiano.
Marche, Abruzzo & Lazio
Het gewest Marche (De Marken) ligt aan de Adriatische Zee. De bekendste wijn daar vandaan is de witte Verdicchio, wellicht een van de beste ‘viswijnen’ uit het Middellandse Zeegebied. Uit dezelfde streek komen ook aantrekkelijke rode, resp. de Rosso Piceno en de Rosso Conero.
Uit het aangrenzende, bergachtige gewest Abruzzo (Abruzzen) komt een aardige rode wijn van de montepulciano, de Montepulciano d’Abruzzo.
In Lazio (Latium), de streek bij Rome, voeren neutrale witte wijnen de boventoon. Die met de meest opvallende naam is ongetwijfeld Est!Est!!Est!!! di Montefiascone, de bekendste Frascati.
Het Zuiden en de Eilanden
Het zuiden van Italië – het oorspronkelijke Oenotria! – was lange tijd leverancier van anonieme bulkwijnen maar begint zo zoetjes van zich te doen spreken met kwaliteitswijnen. Deze worden in de regel gemaakt van zeer originele, lokale druivenrassen, met o.a. greco en fiano voor wit, aglianico, negroamaro, gaglioppo en primitivo voor rood.
Campania, Basilicata & Puglia
Direct ten zuidoosten van Napels ligt de Campania. Uit dit gebied kwam de beroemdste wijn uit de Oudheid, de Falernier. Diezelfde Campania heeft zich de afgelopen tijd sterk geprofileerd als gebied voor authentieke wijnen van hoge kwaliteit, zoals de rode DOCG-wijn Taurasi, een van de allerbeste uit het hele zuid. Ook de witte, zoals Fiano d’Avellino… zijn zeer de moeite waard.
Andere namen om op te letten voor rood zijn Aglianico del Vulture uit Basilicata en Salice Salentino uit de ‘hak’ van Puglia (Apulië). Verrassend wit komt ondermeer uit Locorotondo, eveneens in Apulië.
Sardegna
Het eiland Sardinië is een wereld op zich zelf, net als het vlakbij liggende Corsica. Zeker qua wijn. Een blik op de indrukwekkend lange lijst van druivensoorten met veelal zeer exotisch aandoende druivensoorten zegt wat dat betreft genoeg. Ze zijn deels van Spaans-Catalaanse origine, deels inheems. De belangrijkste soort voor rood is de cannonau, die soms bijna portachtige wijnen kan produceren. Voor wit is dat de vermentino, in stijl variërend van vrij zwaar tot aangenaam fris.
Sicilia
Sicilië is een ware gigant. Met een beplante oppervlakte van 200.000 hectare telt het bijna evenveel wijngaarden als heel Argentinië! En meer dan dat, Sicilië biedt ook wijnen die zich met de internationale top kunnen meten. Die wijnen komen meestal uit wijngaarden op relatief grote hoogte boven zeeniveau, dus met gematigde temperaturen. Een tweede kwaliteitsfactor is toepassing van hoogst geavanceerde keldertechnieken. Aan beperkingen en doelen zijn laat men zich weinig gelegen liggen. Wat telt is de smaak, ongeacht of die nu komt van chardonnay en cabernet of van goede lokale soorten, zoals inzolia en catarratto voor wit, en nero d’avola voor rood. Met Marsala tenslotte heeft Sicilië een oertraditie versterkte wijn in huis.
Cool climate viticulture, clean and green en wereldwijd toonaangevend voor Sauvignon Blanc en Pinot Noir. Zie daar het wijnland Nieuw-Zeeland in een notendop. Wel beschouwd is Nieuw-Zeeland een piepjong wijnland, zonder noemenswaardige historie. Daarin verschilt het duidelijk van ‘buurland’ Australië. En niet alleen daarin. Al worden de twee landen vaak in één adem genoemd, ze hebben maar weinig met elkaar gemeen. Ze liggen immers 1600 kilometer uit elkaar.
Hoewel laat op gang gekomen, beleeft de wijnbouw in Nieuw-Zeeland momenteel een sterke expansie. De productie is er echter veel te klein, en zal dat ondanks het al maar stijgend aantal producenten ook blijven, om de hele wereld te bedienen. Nieuw-Zeelandse wijnen zullen daarom altijd vrij zeldzaam blijven.
De hoge vochtigheid zorgt voor de nodige complicaties bij de druiventeelt. Zo is er het gevaar van een te overdadige bladgroei, met als gevolg uitgesproken plantaardige wijnen. Ook is er altijd het gevaar van schimmelziekten. Het is daarom belangrijk om bodems met een goede drainage te kiezen en voor de juiste geleiding en snoeiwijze. Positief is wel dat het koele klimaat zorgt voor druiven met goede aroma’s.
Anders dan bijvoorbeeld Chili, dat ook een vrij geïsoleerde ligging heeft, kreeg Nieuw-Zeeland wel te maken met allerhande Europese plagen en ziekten in zijn wijngaarden, inclusief de druifluis phylloxera.
Nieuw-Zeeland behoort tot de meest zuidelijk gelegen wijnlanden in de wereld. Door zijn ligging midden in de koele wateren van de Stille Oceaan heeft het helemaal een koel en vochtig klimaat, met dien verstande dat de temperatuur op het Noordereiland iets hoger ligt dan die op het Zuidereiland.
Wijngaarden zijn zowel op het Noord- als het Zuidereiland te vinden en eerlijk verdeeld. Het grootste gebied, Marlborough, ligt in het uiterste noorden van het Zuidereiland, evenals het Mekka voor pinot noir Central Otago. Andere belangrijke gebieden, zoals Gisborne, Hawkes Bay en Martinborough, liggen op het Noordereiland.
Nieuw-Zeelands visitekaartje is Sauvignon Blanc, gemaakt in een expressieve, aromatische stijl. Een wijn die als het ware het glas uitschiet. Drink hem bij voorkeur zo jong mogelijk. Sauvignon komt overigens pas op de tweede plaats van meest aangeplante druivenrassen. Nummer 1 is namelijk de chardonnay, die eveneens zeer goede wijnen geeft.
Nieuw-Zeeland onderscheidt zich behalve met wit ook met rode wijnen. Die kunnen gemaakt worden van Bordeauxdruiven als cabernet sauvignon en merlot, van syrah of van de grote specialiteit pinot noir. Die druif voelt zich in de regel goed thuis in een relatief koele omgeving.
Oostenrijk is de Europese revelatie van de jaren 90 en sindsdien een land dat momenteel onwaarschijnlijk mooie wijnen produceert in alle mogelijke stijlen. Trefwoorden: zuiverheid en karakter. Oostenrijkse wijnen onderscheiden zich door een heel eigen smaak, gecombineerd met een gemiddeld zeer hoge kwaliteit. Dat hoge niveau is mede te danken aan de buitengewoon strenge wijnwetgeving en de bijbehorende kwaliteitscontrole die het land sinds 1985 kent.
Wijnbouw wordt in Oostenrijk alleen maar in het noordoosten en oosten bedreven; de rest van het land is te bergachtig. Het gaat respectievelijk om de bondslanden Niederösterreich, Burgenland en Steiermark. Dit is ook de volgorde van belangrijkheid.
Hoewel deze gebieden hemelsbreed niet zo ver uit elkaar liggen, verschillen ze in klimatologisch opzicht vrij sterk van elkaar. Niederösterreich staat nog net onder invloed van Atlantische invloeden, het Burgenland daarentegen kent een typisch landklimaat.
Niederösterreich is het gebied ten noorden en westen van Wenen. Het omvat het uitgestrekte Weinviertel en aantal kleinere gebieden die langs of vlakbij de Donau liggen. Het gaat daarbij onder meer om de Wachau – het meest prestigieuze gebied van heel Oostenrijk – Kremstal en Kamptal. De meest aangeplante druivenrassen zijn hier grüner veltliner en riesling bij een productie van overwegend witte wijnen.
Ook de wijngaarden in de buitenwijken van Wenen vallen onder Niederösterreich. Wenen is daarmee de enige hoofdstad die een herkomstgebied voor wijn is!
Het Burgenland ligt even ten zuidoosten van Wenen langs de grens met Hongarije. Een bijzondere klimaatfactor in het Burgenland is de Neusiedlersee, een groot maar ondiep steppemeer dat in de herfst bijdraagt tot de ontwikkeling van botrytis (edele rotting). Dit heeft ertoe geleid dat deze streek een grote reputatie heeft weten op te bouwen met weelderige edelzoete wijnen. Burgenland is echter ook Oostenrijks belangrijkste gebied voor droge rode wijnen. Die komen vooral uit het deel van het Burgenland dat ten zuiden van de Neusiedlersee ligt.
De Steiermark tenslotte is een heuvelachtig, aan Slovenië grenzend gebied met wijngaarden op vrij grote hoogte. Grote specialiteit van dit kleine gebied zijn droge, uitgesproken aromatische witte wijnen van o.a. sauvignon blanc en muskateller.
Het merendeel van de Oostenrijkse wijnen is wit en wordt gemaakt van allerhande druivenrassen. Oostenrijks eigen, nationale witte druif is de grüner veltliner. Hij staat in alle deelgebieden van Niederösterreich aangeplant. De wijnen ervan zijn fris, droog en aangenaam pittig. De kenmerkende lichte peperigheid omschrijft men treffend als Pfefferl.
Ook de rheinriesling doet het ondanks zijn naam zeer goed langs de Donau. De wijn ervan is in de regel wat krachtiger dan die uit Duitsland of de Elzas. In het Burgenland staan veel welriekende en chardonnay, alias morillon, aangeplant.
Ook de rode wijnen zijn bijzonder interessant. Het Oostenrijkse druivenarsenaal zijn zweigelt, blaufränkisch en st. laurent. Daarnaast vind je ‘internationale’ wijnen van cabernet sauvignon, al dan niet in combinatie met blaufränkisch, of van pinot noir, alias blauburgunder. In de gevarieerde assemblages werken alle ingrediënten vlekkeloos samen. Oostenrijks productie is daarom namelijk vrij uniek op een van de weinige plekken waar je zowel droge rode als weelderige zoete wijnen vindt.
Een buitenbeentje in Europa dat zijn eigen druivenrassen trouw is gebleven en waar mondiale druiven tot op heden nauwelijks voet aan de grond gekregen hebben. Het is een ware schatkamer met vele tientallen rassen waarvan buiten de eigen streek nog nooit iemand gehoord heeft.
Toch kun je Portugal allesbehalve ouderwets noemen. Ook hier heeft men zijn voordeel gedaan met technische vernieuwingen. De wijnen hebben daardoor aan finesse gewonnen, terwijl hun authentiek onveranderde gebleven is. In de meeste gevallen gaat het trouwens om assemblages van diverse druivenrassen. Portugal heeft er honderden in huis.
Hoewel Portugal en Spanje maar weinig met elkaar gemeen hebben, is er toch iets wat ze delen: een grote verscheidenheid aan klimatologische condities. Ook in Portugal heb je verrassende verschillen, van nat en koel in de noordelijke Minho tot zonnig en warm in de zuidelijke Alentejo.
Portugals grootste troef is port. De wijn dankt zijn naam aan de havenstad Porto, maar komt uit de Dourovallei. Je vindt hier een van de spectaculairste wijnlandschappen ter wereld met terraswijngaarden op steile graniethellingen. ’s Zomers is het er brandend heet, ’s winters ijskoud. De Dourovallei werd al in 1756 afgebakend en is daarmee het oudste gereglementeerde herkomstgebied ter wereld.
Port zelf is een versterkte wijn. Door de gisting te onderbreken door toevoeging van wijnalcohol behoudt de wijn zijn restsuikers en krijgt hij tevens zijn relatief hoge alcoholpercentage. Port staat niet voor één enkele wijn, maar voor een hele serie wijnen. Wijnen met heel verschillende stijlen en smaken als gevolg van verschillen in het mengen en opslagen van de basiswijnen:
White Port Witte port, droog, halfdroog of zoet van smaak. Gemaakt van witte druiven.
Ruby Port Port van waarvan de verder ontwikkelde kleur doet denken aan die van de edelsteen robijn. Een levendige jonge wijn met vurige fruitigheid en een constante kwaliteit.
Tawny Port Port met normaliter 3 tot 5 jaar rijping op vat. Hoe ouder de wijn is, des te meer oranje reflexen, soepelheid en finesse hij vertoont.
Vintage Character Ietwat misleidende benaming voor een eerste klas Ruby met vijf jaar houtrijping. Anders dan de naam doet vermoeden is dit een blend van basiswijnen uit verschillende oogstjaren.
Old Tawny Port Bepaalde tawny’s dragen een leeftijdsaanduiding: 10 years, 20 years, 30 years, of over 40 years old. Ze zijn samengesteld uit wijnen van diverse oogstjaren waarvan de gemiddelde leeftijd op het etiket is aangegeven.
Colheita Tawny van één enkel oogstjaar. Rijst lang op vat, zijn prime blijft tot aan het moment van bottelen. Evenals het oogstjaar vermeldt het etiket ook het lijstjaar van botteling.
Late Bottled Vintage Port - L.B.V. Wijn van één enkel oogstjaar, dat met het jaar van botteling aangegeven is op het etiket. Rijpt 4 tot 6 jaar op vat voordat hij gebotteld wordt. Iets lichter, maar ook makkelijker toegankelijker dan een ‘echte’ Vintage.
Vintage Port Wijn van één enkel, uitzonderlijk goed oogstjaar. Wordt dus niet gemengd. Ondergaat een opvoeding van twee jaar op vat en voltooit zijn rijping op fles. Ontwikkelt zich langzaam en vormt daarbij bezinksel, wat decanteren noodzakelijk maakt.
Behalve de uit verschillende wijngaarden samengestelde Vintage met alleen de naam van de producent is er ook de Single Quinta Vintage. Deze is afkomstig uit één enkele wijngaard (quinta) en draagt de naam van de wijngaard.
Portugal heeft nog heel wat meer te bieden dan alleen maar port.
Uit het natte, groene noorden van het land komt de Vinho Verde, een levendige frisse wijn. Hoewel het meeste rood is, zijn ze in het buitenland enkel de witte versie. De beste is die met een hoog percentage alvarinho druif.
De witte en rode tafelwijnen van de Douro - de Portstreek behoren tot het beste wat Portugal aan tafelwijnen te bieden heeft. Modern gevinifieerd, maar wel gemaakt van eigen druivenrassen. De productie ervan is trouwens groter dan die van portwijnen.
De Dão is een van de oudste wijngebieden in Portugal. Het ligt rond Viseu, ten zuiden van de Douro en produceert roodachtige krachtige wijnen die goed kunnen rijpen.
Voor stoer, stevig rood met veel tannine moet je in Bairrada zijn, dat in het westen aan Dão grenst. De bode wordt daar van zo’n typisch Portugees druifje, de baga.
Verder naar het zuiden, langs de benedenloop van de Taag (de Tejo in het Portugees) is de Ribatejo te vinden, een gebied met een zeldzaam verleden. Vooral de districten Cartaxo en Almeirim zijn het onthouden waard.
Een gebied in opkomst, en in zekere zin vergelijkbaar met de Languedoc en de Nieuwe Wereld, is de Alentejo. Je vindt hier, in het zuidoosten van Portugal, zowel goede rode als witte wijnen (o.a. Redondo, Borba, Vidigueira, Reguengos).
Portugals meest onsterfelijke wijn is niet alleen Madeira, vernoemd naar Madeira, vernoemd naar de Atlantische Oceaan. Het is een wijn met een volstrekt uniek karakter, net als port. Hij dankt dat karakter aan de eigenaardige oxidatieve opvoeding, compleet met opslag in warme ruimtes. Door de oxidatie krijgt de wijn het buitengewone complexe aroma en de ‘ronde’ smaak. In smaak varieert hij van droog tot zoet, met altijd een hoge zuurgraad. Vooral de droge en eeuwige klassieke Sercial lijkt het eeuwige leven te hebben.
Gemeten naar beplante oppervlakte is Spanje het grootste wijnland ter wereld. Dat het qua volume pas op de derde plaats staat, heeft te maken met de veelal lage opbrengsten. De lage opbrengsten hebben alles te maken met de soms barre omstandigheden waaronder de druivenstokken zijn aangeplant. Grote delen van het land zijn immers warm en droog, op het hoogstgelegen af na. Aan de ligging van de wijnbouwgebieden is dat duidelijk af te lezen. De meeste wijngaarden liggen in het noorden en oosten. Een belangrijke uitzondering op deze regel is La Mancha, ten zuiden van Madrid. Dat is het grootste wijngebied ter wereld.
Spanje heeft een eeuwenoude wijnbouwtraditie, die teruggaat tot de tijd dat de Romeinen het voor het zeggen hadden. Internationale faam genoot het tot voor kort slechts in bescheiden mate, en dan alleen met versterkte of zoete wijnen, zoals Jerez (sherry) en, in de 18e eeuw, Malaga. Bij de productie van andere wijnen ontbrak het simpelweg aan de nodige kennis. Wat was oxidatief, rood en alcoholisch.
De eerste tafelwijn waarmee het land opzien baarde, was rode Rioja. Dat gebeurde pas eind 19e eeuw, mede dankzij een forse inbreng uit Bordeaux. Rond 1900 kwam in Catalonië de productie van mousserende wijnen van de grond. Onder de naam Cava zouden die wereldwijd groot succes gaan oogsten.
De grote doorbraak van Spanje als leverancier van kwaliteitswijnen is eind jaren 80 begonnen. Na het herstel van de democratie en de toetreding tot de Europese Unie is een moderniseringsproces op gang gekomen dat zijn weerga niet kent. Spanje heeft zich sindsdien onderscheiden met zowel ‘mondiale’ wijnen, gemaakt van internationaal populaire druiven, anderzijds met heel typische, oer Spaanse wijnen, maar dat wel gemaakt volgens de modernste inzichten. Het land heeft zodoende voor elk wat wils.
Spanje kent een grote verscheidenheid aan klimatologische omstandigheden en landschappen. Het koele en natte Galicië in het noordwesten verschilt in zo ongeveer alle opzichten van het warme zonnige Andalusië in het zuiden. En de mediterrane gebieden met hun milde klimaat voelen heel anders aan dan de hoogvlakten in het binnenland, waar het zowel verzengend warm als ijzig koud kan zijn.
Droogte is in Spanje een vrij algemeen probleem. Omdat irrigatie van de wijngaarden verboden is, is het aantal stokken per hectare laag. Ook de opbrengst ligt stukken lager dan in andere Europese wijnlanden. Zodoende heeft Spanje wel de grootste beplante oppervlakte ter wereld, maar is het slechts de derde producent in termen van volume.
Spanje’s bekendste druivenras is de tempranillo. Hij staat in zo veel gebieden aangeplant, dat het aantal synoniemen legio is. Je vindt hem o.a. in Rioja, Navarra, Ribera del Duero, La Mancha, Valdepeñas en langs de Middellandse Zee. Andere bekende blauwe druiven van Spaanse origine zijn de garnacha, international beter bekend als grenache, en de monastrell alias mourvèdre.
Bij de witte springen macabeo, airén, verdejo en palomino eruit als typische Spaanse rassen. De eerste heeft het ruimschoots gehaald tot wijnen in het noorden en noordoosten van Spanje, de tweede voor Rías Baixas, de derde voor Rueda en de vierde voor Jerez.
In gebieden die pas recentelijk ontwikkeld zijn, hebben internationale rassen een sterke positie. De Spaanse wetgeving is in deze heel tolerant geweest.
Noord-Spanje
Spanje’s bekendste rode wijn is Rioja. Hij komt uit een gebied langs de rivier de Ebro met een voor Spanje unieke traditie. Belangrijkste druif is de tempranillo. Aanvulling komt van rassen als garnacha en mazuelo en de witte viura.
Rode Rioja’s kunnen uitstekend op hout rijpen. Ondanks isa gebrande dat in vint van Amerikaans erknoeid, die de wijn een onmiskenbaar aroma meegeven. Sinds kort is echter het Franse hout in opmars en zij er steeds producenten die er voor een wat fruitiger stijl met minder hout kiezen.
Aan Rioja grenst Navarra. Dat redt hij niet ook op rood, zij het iets minder diep. De streek had een heel menselijke reputatie voor rosado. Anders dan in Rioja zijn hier behalve Spaanse druivenrassen als garnacha en tempranillo ook uitheemse soorten toegestaan.
Centraal Spanje en de Middellandse Zee
Castilla-La Mancha
In het hart van Spanje ligt een reusachtig wijngebied. Het is La Mancha, de streek waar Don Quichotte vandaan kwam en waar hij met windmolens vocht. La Mancha produceerde tot voor kort vooral witte wijnen van airén, bestemd voor distillatie tot brandy. In toenemende mate komen daar normale tafelwijnen bij, wit zowel als rood. Druivenrassen voor die rode is de cencibel, alias tempranillo.
Het zuidelijke deel, Valdepeñas, heeft een eigen DO en is in hoge mate gespecialiseerd in rood.
Catalonië
De streek rond Barcelona is al sinds de Romeinse tijd een belangrijke wijnproducent. Vandaag de dag produceert Catalonië een gevarieerd gamma wijnen. De bekendste daarvan is Cava, een mousserende wijn die gemaakt wordt op de wijze van champagne.
Jerez
Jerez, oftewel sherry, is een bijzondere wijn. Het oertype begint als een normale witte wijn van palominodruiven. De profiteren ten volle van de witte, goed vocht vasthoudende kalkbodems (albarizas) in de driehoek tussen Jerez, El Puerto de Santa Maria en Sanlúcar de Barrameda. Wind van zee zorgt voor de nodige verkoeling.
De jonge wijn wordt versterkt tot een alcoholpercentage dat varieert tussen 15 en 18°. Hierdoor kan hij een lange, oxidatieve houtrijping ondergaan. Tijdens die rijping worden vaten met oude wijn geblend met jongere wijnen. Sherry is zodoende assemblage van verschillende oogstjaren. De benaming voor dit proces van aanvullen en assembleren is solera.
Wie Amerikaanse wijn zegt, zegt bijna in één adem Californische wijn. Hoewel in bijna alle staten van de VS wel enige vorm van wijnbouw bedreven wordt, ligt het zwaartepunt van de Amerikaanse wijnbouw van oudsher in de staat Californië. Die neemt in zijn eentje circa 90% van de totale productie voor zijn rekening. Californië is dan ook niet zo maar een staat. Het heeft de oppervlakte van een groot Europees wijnland als Italië en kent bijgevolg een enorme variatie aan bodems en klimaten. Bovendien hebben de meeste Amerikaanse producenten een onbevangen drang tot experimenteren, ongeacht of ze nu groot of klein zijn.
Californië baarde in de jaren ’70 voor het eerst opzien met Cabernet Sauvignon en Chardonnay. Tijdens een inmiddels legendarische proeverij in Parijs versloeg het daarmee de top van Bordeaux en Bourgogne! De beide ‘C-druiven’ zijn daarna op grote schaal aangeplant. Het had er soms schijn van dat uit Californië alleen maar ‘Cab’ en ‘Chard’ kwam. Vandaar de reactie: ABC, all but Chardonnay/Cabernet. De werkelijkheid is gelukkig een stuk genuanceerder. Californië heeft namelijk een behoorlijk grote variatie aan druivenrassen.
De enige echte eigen specialiteit is de zinfandel, kortweg ‘Zin’, een wijn met de nodige power en met een heel markant aroma.
Het relatief warme klimaat blijkt ook gunstig te zijn voor een druif als de syrah. Die is momenteel sterk in opkomst en geliefd bij producenten die wijnen in de mediterrane of Rhône-stijl willen maken.
Natuurlijk mag ook de merlot niet onvermijd blijven. Na jarenlang in de schaduw van de cabernet sauvignon te hebben gestaan beleeft die nu een ongekende populariteit.
De grote ster van de afgelopen jaren, zowel bij wijnmakers, wijndrinkers als filmmakers – denk aan Sideways! – is de pinot noir. In relatief koele gebieden zoals de Russian River Valley, Carneros, Monterey en Santa Barbara doet die het uitstekend.
Bij de witte rassen is de chardonnay nog altijd heel dominant, met de aantekening dat de wijnen ervan qua stijl aan het veranderen zijn. De ‘vette’ wijnen maken plaats voor wijnen met meer nadruk op zuren en mineralen.
Californië’s nummer 2 voor wit is sauvignon blanc (al dan niet onder de benaming Fumé Blanc aangeboden). Ook hierbij is sprake van een stijlnadering ten goede. Verder zijn er mooie wijnen te vinden van chenin, riesling, pinot blanc etc.
Californië noemt zich graag de Sunshine State vanwege het over het algemeen zonnige en warme klimaat. De meeste wijnbouwgebieden liggen daarom op korte afstand van de kust. Zodoende profiteren ze van de verkoelende invloed van de Stille Oceaan. Die afkoeling gebeurt ofwel door wind ofwel door dikke mist die aan het eind van de middag door smalle openingen in de heuvelruggen langs de kust landinwaarts stroomt. Het mooist is dat te zien bij de Golden Gate brug in San Francisco. Vervolgens bedekt deze mist de valleien van Napa en Sonoma. Pas laat in de loop van de morgen slaagt de zon er in om hem te laten verdwijnen.
Hoe verder je landinwaarts komt, des te minder de mist er doordringt en des te hoger de temperaturen oplopen. Vanzelfsprekend heeft dit grote gevolgen voor de rijping van de druiven en voor de uiteindelijke kwaliteit van de wijnen. Binnen de afzonderlijke Californische wijngebieden vind je opmerkelijk grote verschillen, niet alleen door de invloed van de oceaan maar ook als gevolg van ligging. Zo zijn er in Napa Valley bijvoorbeeld enerzijds wijngaarden in het warme, vlakke deel (de zogenaamde valley floor), anderzijds hooggelegen wijngaarden op de koelere hellingen (mountain vineyards). Nog grotere verschillen zijn te vinden in Sonoma, dat onderverdeeld is in een ‘Europese’ veelheid aan appellations, variërend van warm tot koel. Een en ander neemt niet weg dat irrigatie meestal onvermijdelijk is.
Van alle Californische wijngebieden is de Napa Valley het bekendste en meest ‘Amerikaanse’. Het ligt even ten noorden van San Francisco en heeft terecht een grote reputatie voor Cabernets, Merlots en Chardonnays. Met zijn vele imponerende wineries langs de belangrijkste weg door de vallei doet het wel een beetje denken aan de Médoc met zijn châteaux.
Het aangrenzende en rivaliserende Sonoma is het meest veelzijdige en, zoals al ter sprake kwam, veel ‘Europeser’ van karakter. De glamour van Napa zoek je hier tevergeefs; het is juist landelijkheid troef. Behalve het gangbare werk vind je in Sonoma super Zinfandels en fraaie Pinot Noirs (Russian River). Sonoma en Napa delen dan hun zuidelijkste grens met koele Carneros. Door hun goede zuurgraad zijn druiven uit dit district erg gewild bij producenten van mousserende wijnen. Verder naar het noorden ligt nog Mendocino, eveneens heel gewaardeerd en daarom het volgen waard.
Pacific Northwest: Washington & Oregon
Washington State en Oregon, respectievelijk tweede en derde na Californië als producenten van wijn op basis van edele druivensoorten, vormen samen de Pacific Northwest. De wijnbouw heeft hier minder historie dan in Californië maar het kwaliteitsniveau is erbij vrijwel erg goed. Hoewel ze aan elkaar grenzen zijn de onderlinge klimaatverschillen tussen deze twee staten zijn opvallend groot.
Washington State ligt grotendeels achter het hoge kustgebergte en heeft een droog woestijnklimaat, overdag warm maar met koude nachten. Omdat het hier maanden niet regent, kunnen producenten met behulp van nauwkeurige irrigatie het hele groeiseizoen en de rijping sturen. Een ander groot voordeel is de afwezigheid van phylloxera, waardoor men met wortelechte stokken kan werken. De resultaten zijn er naar. Merlot, cabernet sauvignon en een hele serie andere ‘internationale’ druiven gedijen hier prima. De belangrijkste herkomstbenaming is Columbia Valley.
Oregon ligt grotendeels voor hetzelfde kustgebergte en is juist relatief koel en vochtig, een prima omgeving voor de pinot noir en pinot gris. De Willamette Valley is zelfs uitgegroeid tot een internationaal Mekka voor liefhebbers van Pinot Noir!
Zuid-Afrika is met een traditie van meer dan drie eeuwen wijnbouw een van de oudste wijnlanden in de Nieuwe Wereld. Niettemin is de internationale doorbraak van recente datum, alle verhalen over Jan van Riebeeck en de legendarische zoete wijn van Constantia ten spijt. Pas sinds 1994, na de afschaffing van de apartheid, is Zuid-Afrika echt mee gaan tellen.
De wijnbouw in Zuid-Afrika is van oudsher volledig geconcentreerd in de Kaapprovincie. De reden daarvoor is simpel: in de rest van het land is het veel te warm. Lange tijd bestond die productie uit versterkte zoete wijnen, op een manier, en stilzwijgen voor distillatie. Wijnen met raffinement waren zo goed als onbekend. Mede door de toelating van distilleerderijen is de aanplant nog altijd in meerderheid wit. En dat terwijl internationaal juist rode wijnen gewaardeerd zijn. De Kaapse producenten zijn daarvan de kortzichtig bezig geweest om hun wijngaarden te herbeplanten met blauwe druivenstokken. Mitsen wel een wat voortvarend. Ook hebben ze tegenwoordig de beschikking over de nodige technische middelen en kennis om wijnen te maken die wel raffinement hebben.
De Westelijke Kaapprovincie heeft een voor Afrikaanse verhoudingen opvallend mild klimaat. Weliswaar met veel zon, maar nooit verschroeiend warm. Dat komt doordat zowel de Atlantische als de Indische Oceaan windstromen leveren. Hoe dichter bij de kust, des te groter dit effect. Alle gebieden voor kwaliteitswijnen liggen daarom op korte afstand van de oceanen, in een boog rond Kaapstad.
Irrigatie is in de Zuid-Afrikaanse wijngaarden geen regel, maar wel een gangbaar verschijnsel. Niet zame hoog gelegen, koele mountain vineyards vormen de uitzondering op de regel. In geologisch opzicht is de Kaap bijzonder gevarieerd, zij het niet overal een ideaal voor wijnbouw.
Om toch goede wijnen – lees: wijnen met een goede zuurgraad – te kunnen produceren moet de bodem vaak een handje helpen door kalk aan te brengen.
Verreweg het meest aangeplante druivenras, alias cultivar, in Zuid-Afrika is nog steeds de chenin blanc. Hij werd net als de muskaatdruif en de colombar(d) aangeplant door nazaten van de Franse Hugenoten die zich eind 17e eeuw aan de Kaap vestigden. In het Afrikaans veranderde de naam chenin in ‘steen’.
Dankzij moderne vinificatietechnieken maakt men van dit vroegere ‘werkpaard’ tegenwoordig opvallend lekkere wijnen, bestemd om jong te drinken. Chenin van ‘eerste pluk’ levert ook de allererste primeurwijn van het jaar op, ruim voor de Beaujolais.
Andere witte rassen die het aan de Kaap opmerkelijk goed doen zijn de sauvignon blanc – de witte specialiteit van het land – en de chardonnay. Veel minder aangeplant, maar daarom niet minder interessant is semillon. En niet te vergeten doet ruim 90% van de totale Kaapse aanplant, tegenwoordig, rode wijncultivar.
Muskaat werd en wordt gebruikt voor versterkte zoete wijnen. Ook deze druif kreeg een opvallende naam: hanepoot.
Net zo vanzelfsprekend als de aanplant van chardonnay en sauvignon blanc is die van de Bordeauxvariëteiten cabernet sauvignon en merlot voor rood. Ze leveren de veel variatie-wijnen ofwel blends.
Zuid-Afrika’s rode specialiteit is de pinotage, een kruising tussen pinot noir en cinsault. Hij startte dit wijn van fruitig tot zeer krachtig. Ondanks het unieke, uitgesproken karakter van de pinotage is de druif nooit echt helemaal doorgebroken.
Sterk in opkomst als lieveling van wijnmakers is de syrah, die in Zuid-Afrika meestal shiraz genoemd wordt.
Pinot noir is in Zuid-Afrika slechts mondjesmaat aangeplant, aangezien er maar weinig plaatsen zijn waar het koel genoeg is voor deze soort.
Zuid-Afrikaanse kwaliteitswijnen vallen onder de noemer van van oorsprong-gecontroleerde wijn (WO). Zoals de naam suggereert, is deze klassering van later geografische aard. Anders dan in Europa, waar het recht op een herkomstbenaming ook het naleven van allerlei voorschriften inhoudt, is men verder vrij om te doen en te laten wat men wil. Wat meer houdt vast aan de ‘gecertificeerde’ wijnen. Deze wijnen worden analoog geschiktheids officieel door de Wine and Spirit Board. Na goedkeuring mogen ze een speciaal label dragen. Deze is overigens niet verplicht, afhankelijk op vrijwillige basis.
Wijnen die samengesteld zijn uit druiven van verschillende gebieden hebben als herkomstbenaming Weskaap / Western Cape, of iets beperkter, Kuststreek / Coastal Region. Bij specifieke herkomstgebieden hiervan zijn single vineyard wines.
Een kleine greep uit de lijst van herkomstbenamingen. Het bekendste herkomstgebied en tevens centrum van de Kaapse wijnbouw is Stellenbosch, bijgenaamd Eikestad vanwege de vele eikenbomen in de stad.
Het wat warmere Paarl is een goede tweede. Een eeuwige concurrent. Beide liggen op korte afstand van Kaapstad, aan de voet van een machtige bergrug. Wijnboerderijen zijn hier gebouwd in de kenmerkende Kaaps-Hollandse stijl, met klokgevels en rieten daken.
In Franschhoek daarentegen kun je dan weer de Franse sfeer opsnuiven. Een heel bijzonder, koel gebiedje is Constantia, in de buitenwijken van Kaapstad. Daar werd voor het eerst op Kaapse bodem serieuze wijnbouw bedreven door gouverneur Simon van der Stel.
Ten noorden van Kaapstad, langs de Atlantische kust, ligt Swartland, steeds meer in trek voor syrahwijnen.
Ten oosten van Kaapstad, pal aan de kust van de Indische Oceaan, zijn bij Hermanus de koele gebiedjes Elgin en Walker Bay te vinden, gespecialiseerd in druiven als sauvignon blanc en pinot noir.
Aan de ‘andere kant’ van de bergen bij Paarl en Stellenbosch ligt Robertson, een groot gebied dat uitgebreid gamma wijnen produceert.
De Huif 13 5554 MG Valkenswaard, +31 040 2046987, verkoop@mulderswijnkopers.nl